Wow een bericht over vijf dagen... dat wordt een boel typen. Gelukkig heb ik er ook wel wat te vertellen hierover. Donderdag was er niet zoveel gebeurd, beetje Spaanse les gekregen, beetje Engelse les gegeven en 's avonds met Onno van OnStage gesproken, over de gang van zaken en hoe het verder ging. Hier kwam niets nieuws uit en we hebben verder een gezellig gesprek gehad. Uiteindelijk redelijk vroeg mijn bed in gegaan om fit te zijn voor het weekend.
Vrijdag begon mijn avontuur in het hoge noorden van Nicaragua, en ja dit is denk ik wel het mooiste gedeelte van het land. Het ligt daar hoger en het is daar veel groener. Veel natuurgebieden die beschermd zijn en nieuw ontdekte gebieden. Al met al een weekend waar ik actief bezig zou zijn.

Zo als gezegd ging ik vrijdag ochtend richting Managua om van daaruit de bus naar Estelí te nemen. Nadeel van een grote stad is dat er meerdere busstations zijn en dat sommige busstations ook echt buiten de stad liggen, waar je het best met de taxi heen kan gaan. Dit deed ik dus maar, en na flink te hebben onderhandeld (van 3 euro 50 naar 2 euro 70) kwam ik aan op het busstations. De bus vertrok al, dus ik snel naar binnen en alles verliep dus eigenlijk wel voorspoedig. Deze tijd vooral genoten van het uitzicht op de bergen, de vulkanen en het landschap, je moet toch wat gedurende een 2,5 uur durende busreis. Uiteindelijk kwam ik aan in Estelí, alleen had ik het niet echt door. Ik was gewoon wakker en zat redelijk te twijfelen, maar de man van de bus riep verschillende dingen, waar ik geen Estelí uit kon opmaken, dus ik bleef lekker zitten. Na een half uur extra reizen, bedacht ik me toch echt dat ik verkeerd zat en dan... Je rijdt op een weg waar in geen velden en wegen dorpjes te zien zijn, en als ze er al waren had ik geen idee of er wel een bus zou rijden. Dus na verloop van tijd toch maar even nagevraagd. Eeen paar Nicaraguanen om me heen waren echt heel behulpzaam, en zeiden dat ik hen moest volgen. Ik op een plek uit de bus waar zij ook uit moesten en ik werd in de bushalte gedropt bij een vrouw, die voor me moest zorgen. Tenminste zo voelde ik me op dat moment. Uiteindelijk na een kwartiertje wachten kwam de bus naar Estelí en werd ik op de juiste plek neergezet.
Nadat ik Ruud (de student werktuigbouwkunde) gevonden had en ons hostel hadden geregeld, hebben we een klein rondje in de stad gelopen. Estelí is een kleine stad, waar eigenlijk niet heel veel te zien en te doen is. Veel muurschilderingen en het wordt wel een beetje gezien als cowboystad. Je kan hier heel veel van leer kopen, waaronder de welbekende laarzen en zadels... niet de dingen waar ik naar zocht trouwens. Redelijk op tijd naar bed gegaan, want de volgende dag stond Somoto op het programma.


Somoto staat bekend om drie dingen: de ezel (beste ezels komen hier vandaan), rosquillos (droge ronde koekjes, lekker bij de koffie) en de Cañon (Canyon). Wij kwamen hier duidelijk niet voor de ezels en ook niet voor de koekjes. Om een uur of 10 arriveerden we in Somoto en besloten bij het eerste en beste hostel een kamer te nemen. 3,66 euro per kamer was wel te doen en nadat we een lunch hadden gehaald en wat te drinken, gingen we met de taxi naar de entree van de Cañon. Met Osman (onze nica gids) gingen we de vijf uur durende uitdaging aan, om door de canyon te lopen, zwemmen en springen van rotsen. Het is moeilijk te beschrijven hoe het was, en ik denk dat de foto's ook niet een volledig beeld geven, maar de omgeving was echt super.

Hoge rotsen om je heen (30 meter hoog) en je zwemt daar een beetje tussen. Ook leuk waren de stroomversnellingen af en toe, waarbij je door de kracht van de stroom regelmatig de controle kwijt was. Hierbij regelmatig gestoten en ook mijn kont helaas (kan nog steeds niet lang zitten zonder pijn). Hoogtepunt was wel dat we opeens van een 8 meter hoge rots moesten springen, zonder dat we dat van te voren wisten... Er was geen andere weg dan te springen, dus ik met mijn lichte hoogtevrees als eerste. En op dat soort momenten zie je alleen maar dingen die mis zouden kunnen gaan. Uiteindelijk gesprongen en zal de volgende keer een stuk minder angst daar mee hebben, heeft het toch wat opgeleverd.

Al met al hebben Ruud en ik ongeveer 200 foto's gemaakt van de Cañon, die te zien zijn
hier... Nadat we terug zijn gebracht naar Somoto door een aantal vriendelijke Nica's met een pick-up, hebben we even de tijd genomen om bij te komen. Tot onze verrassing kwam onze gids Osman ook langs bij het hostel. Hij wilde ons nog een tour geven bij een rosquillas winkel. Daar kregen we uitleg over hoe ze gemaakt werden en hoeveel ze er per dag maakten (80 kilo droge koekjes). Natuurlijk geprobeerd met een lekker bakje koffie erbij en toen zijn we nog even langs het huis van Osman geweest. Hij huurde een vrij groot huis waar hij alleen zijn slaapkamer had ingericht. Osman besloot ook voor ons gitaar te spelen en te zingen, en Ruud heeft hier zijn eerste gitaarles gehad. Toen vonden we de gastvrijheid wel welletjes, want we hadden ook nog niet gegeten. Ik probeerde heel moe uit mijn ogen te kijken en vertelde dat ik toch echt wel doodmoe was. Gelukkig heb ik een beetje toneelspelen geleerd op de PABO en kwam het overtuigend genoeg over, en werden we weer naar het hostel teruggebracht door Osman. De nacht was een ramp hier, want de bedden waren keihard en de truckers besloten rond een uur of 3 weg te gaan.

Daarbij blijkt Somoto meer hanen te hebben dan inwoners en was het naar mijn gevoel echt ijskoud hier (15 graden). Dus om 6 uur stonden we op en gingen naar de bus, om terug te gaan naar Estelí.

In Estelí wilden we eigenlijk naar Miraflor, maar op zondag bleek er niet zo heel veel bussen heen en terug te gaan. Dus dat werd een change of plans. Na overleg met de tourguide van ons hostel, besloten we fietsen te gaan huren, want hij zei dat het best leuk zou zijn om naar Salto Estanzuela te gaan. Een waterval in het beschermde natuurgebied van Tisey. Wat de tourguide ons niet vertelde was dat de heuvelachtige soms met 30% omhoog ging. En dat is echt niet te fietsen met gehuurde mountainbikes. Uiteindelijk hebben we de heenweg veel moeten lopen in de warmte, en dat na de intensieve dag van de dag ervoor. Geen pretje om naar de waterval te komen, maar eenmaal aangekomen, was het toch wel de moeite waard. Een waterval die van dertig meter hoogte naar beneden komt zetten, in een klein meertje waar je kan zwemmen. Al met al een flinke opfrisser na een de zware tocht er naar toe.

Het water was namelijk ijskoud, omdat het uit de bergen komt zetten. Hier waren verder een aantal Nica's die hier besloten te barbecueën en als echte Nica's gingen ze ook muziek maken en zingen met het groepje. Echt grappig en gaaf om te zien, het lijkt wel of ze allemaal hier een ontzettend ritmegevoel hebben.

Hier hebben Ruud en ik ongeveer drie uurtjes doorgebracht, voordat we de helse tocht terug moesten. Dit bleek flink mee te vallen, want het grootste gedeelte omhoog hadden we op de heenweg.
Terug gekomen in Estelí hebben we ons wel verdiende rust gepakt en een biertje. Vervolgens voor 280 cordoba twee pizza's gegeten waar minsten vier-zes personen voldoende aan hadden. Uiteindelijk lag ik om 8 uur uitgeteld op bed. Dat moest ook wel, want de volgende dag moest ik de bus van 06.45 nemen naar Granada. Gelukkig ging deze busreis wel vlekkeloos en heb ik maar op tijd gevraagd waar ik er uit moest. Een vriendelijke vrouw hielp me hiermee en uiteindelijk 4 uur later zat ik weer in Granada. Hier heb ik Engelse les gegeven aan de kinderen en mijn mail weer eens gecheckt. Voor de rest niet veel bijzonders meer gedaan, want het weekend was zwaar genoeg, maar het zeker wel waard!!!!
Hey, je begint te slacken met je blog!
BeantwoordenVerwijderen